Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit den weg ruimen.

— Juist, gij bedoelt de bleekgezichten?

— Ja, zij volgen ons, zij willen de Navajo's opzoeken. Dat mag niet gebeuren. Dus moeten wij Winnetou en Old Shatterhand met zijn mannen vasthouden.

— Worden zij gedood?

— Waneeer zy zich verzetten, ja.

— Wanneer zij zich niet verzetten?

— Dan nemen wij hen gevangen en voeren hen in zegepraal met ons mede.

— Maar wij hebben de vredespijp met hen gerookt.

— Wij zullen hen niet aan den martelpaal binden, maar zij zullen toch gedood moeten worden.

— Oef! Oef!

Deze uitroep werd ook door de beide andere zwijgende luisteraars van het gesprek geuit.

Mokaschi, blij, dat zijn oudere krijgers hun toestemming er aan hechtten, ging voort:

— Mijn broeders zullen morgen zien, hoe gemakkelijk het is, deze bleekgezichten in handen te krijgen, hoewel de beroemdste mannen uit het Westen zich onder hen bevinden.

— Maar juist door deze mannen kon het plan wel eens mislukken.

— Neen. Ik weet, dat zij de gedachten van anderen kunnen lezen, maar ons plan kunnen zij niet raden. Zij denken, dat wij tegen de Navajo's optrekken en dat wij ons niet meer om hen bekommeren.

— Ik hoop, dat gij de waarheid spreekt. Maar den laatsten tijd hebben wij geen geluk gehad.

— Kom, kom.

Geen adelaar heeft zulke scherpe oogen, geen mustang zulke gevoelige ooren en geen vos zoo'n list als Old Shatterhand en Winnetou.

— Waren zij niet reeds in onze macht? Met egbonden handen. En toch hebben zij zich bevrijd. Ongewapend, temidden van driehonderd gewapende krijgers!

— Deze keer zullen wij wel beter oppssen. Tot nogtoe hebben w ij alles gedaan, wat er gedaan kon worden om het plan te doen gelukken.

— Hoezoo?

— Wanneer de bleekgezichten komen, zullen zij vlak achter ons zijn, doordat wij langzaam gereden hebben. Zij zullen geen sporen vinden en zonder eenige verdenking zullen zy zich by het water neerlaten om hun paarden te drenken.

— Zouden zij het werkelijk doen?

— Ja. Want dit is het eenige water wat er in de buurt te vinden is.

— Goed.

— Zoodra zij beneden zijn, rennen wij er met ons allen op af.

— Met ons allen? Behalve dan de krijgers, die op de ge-

Sluiten