Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vangenen moet passen en bij de paarden moeten blijven.

— Neen. Want de gevangenen binden wij ieder aan een boom en de paarden eveneens.

— En dan?

— Dan zullen die bleekgezichten bang worden door het aantal onzer krijgers en door den val, waarin zij zich bevinden. Rechts en links zijn de loodrechte wanden van de rivieroever, voor zich het water en achter zich driehonderd gewapende krijgers.

— Maar, wanneer zij nu vluchten?

— Dat is onmogelijk. Waarheen dan?

— In het water?

— Dat komt niet in hen op. Zij weten eyengoed als wij hoe gemakkelijk een zwemmer doodgeschoten wordt en dan de schande, dat zij vluchten zonder hun vrouwen en kinderen te redden.

— Mokaschi heeft gelijk. Wij kunnen gerust vertrouwen, dat de bleekgezichten zich zullen overgeven, zoodat het ons geen strijd kost en met dien honden van Navajo's doen wij evenzoo.

— Juist, wij lokken hen in die val en zij komen er niet levend meer uit.

— Oef! Wij kunnen achter die rotsen, boomen en struiken zitten en schieten de heele massa als honden neer, zonder dat een van hun kogels ons treffen kan.

— Oef! Oef! Oef! klonk het van de anderen.

De vier Indianen kwamen meer en meer in vervoering. Zij hadden eens moeten weten, wie op geen meter alles woord voor woord lagen af te luisteren!

Boven op den steen trok Winnetou zijn hoofd terug en wenkte Old Shatterhand en zei. fluisterend:

— Zullen wij weggaan?

— Ja, wij hebben genoeg gehoord.

— En meer behoeven wij niet te weten.

— Kom, wij gaan.

Zij kropen weer terug naar den achterkant van den steen en aan de lus van de lasso liet Old Shatterhand Winnetou omlaag zakken. Dat ging gemakkelijk, maar de sprong, die Old Shatterhand te doen had van den bovenkant der glibberige steen op het randje van den duizelingwekkende afgrond, viel lang niet mee.

Als altijd was Winnetou echter paraat: met forsche greep ving hij Old Shatterhand op en even later sloopen beiden terug naar veiliger gedeelten van den begroeiden oeverrand.

Weer op goeden afstand en in volkomen duisternis gekomen, zei Winnetou

— Zij denken ons een val te zetten en gelooven nog, dat zij ons vangen kunnen.

— Ja, de val is goed! en wij zullen erin loopen!

— Ja. Mijn broeder heeft gelijk. Wij halen de Navajo's en deze sluiten den val achter ons, zoodat de Nijora's zelf in den

Sluiten