Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Welke?

— We kunnen onze bullen wel pakken.

— Hoezoo?

Als geslagen honden, die met de staart ausschen opoten

wegsluipen.

— Wel? Waarom?

Wij kunnen naar het geld fluiten. Geen cent krijgen we.

Geen cent!

— Donders! Waarom niet?

— Omdat die chèque vernietigd is.

— Hoe kom je daar nu bij?

— Ach, die Navajo's zullen Old Shatterhand en Winnetou immers alles verteld hebben.

Zeker, zij hebben hem wel degelijk verteld, dat wij

hem zoo mooi bij den neus hebben gehad.

— Verbeeld jij je maar niets, want w ijzijn hier de bedrogen bedriegers.

— Hoe bedoel je dat? vroeg Polier verschrikt.

— Wolf, die die chèque in zijn zak had, was erbij en heeft natuurlijk dat ding aan dien mallen bankier teruggegeven.

Wat denk je daarvan?

_ Verd ! Nou weet ik, wat je bedoelt. Ze hebben alles

verteld, die chèue teruggegeven en verscheurd en nu kunnen wij ernaar fluiten!

— Asjeblieft! Zoo is het! siste Grinley woedend.

— Nou ja, dan hebben we niets meer te hopen. Alles is vergeefs geweest en we kunnen met geen mogelijkheid meer een cent loskrijgen.

— Tja ...

— Nu zie je maar eens, wat voor een stomme zet jij hebt gedaan.

Dat was niet naar den zin van Grinley gezegd en er ontstond een woordenwisseling, die niet alleen verre van verkwikkelijk was, maar tevens tot een handgemeen dreigde uit te loopen.

Polier speelde voor vrederechter en bracht beiden tot bedaren door een nieuw lichtpunt.

— Kalm aan toch jullie. Er is nog niets verloren.

Niet?

— Nee.

— Wou jij je geld krijgen zonder een chèque?

— Met een chèque.

— En die is weg!

— Wie zegt dat?

— Wat?

Ja, die Rollins kan hem wel niet verscheurd hebben; kan

hem wel bewaard hebben als aandenken aan zijn avontuur.

— Als je zoo praat, dan kan alles.

— Kijk dan een rond. Zie jij snippers liggen?

Zij waren nu zoover gekomen, dat zij het kamp der blan-

Sluiten