Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen Winnetou, die er tevreden over zeide:

— Nu zullen er wel geen schoten vallen en geen bloed vermorst worden.

— Dat is maar goed ook, anders zouden we nooit vrede tusschen hen kunnen brengen.

— Dezen keer echter wel, Charley.

Nu waren zoowat allen op het grasveldje beneden aangekomen en Winnetou zei:

— Mijn broeders en zusters kunnen nu in dien hoek gaan. Daar zullen zij wel rotsblokken genoeg vinden om zich achter te verschuilen.

— Wat? Verschuilen? Ik wil me niet verschuilen! riep Mevrouw Rosalie Ebersbach, ik wil vechten! Ik zal ze verslaan!

Zij greep het geweer van haar man en zwaaide dat moorddadig boven haar hoofd.

Old Shatterhand haastte zich, haar tot kalmte te manen.

— Héhé, kalm aan, als ze dat zien, dan zijn we verloren, want adn vuren ze van boven op ons en dan is heel het plan in duigen. Weg, vooruit!

Mevrouw Ebersbach, anders niet voor iemand vervaard, gehoorzaamde nu toch snel. Spoedig zaten all enachter de rotsen in het gras en waren de beide aanvoerders Old Shatterhand en Winnetou bezig de paarden te drenken.

Er was afgesproken, dat, wanneer Old Shatterhand zijn hand zou opsteken, de heele menschenmassa tegelijk te voorschijn zou komen, de geweren allemaal gericht op de Nijora's.

— Mijn broeder ziet zeker ook wel die Nijora's daar komen aansluipen?

— Daar achter dat groote blok steen? Die nu juist overgaat naar de volgende?

— Ja.

—Dat is Mokaschi zelf.

— Mijn broeder heeft goede oogen.

— Ja, want ik zie er nog veel meer.

— Ik ook, want er komen er e enheeleboel aan, daar waar de weg ophoudt en het water begint.

— Let op, want nu gaat de hoofdman der Nijora's dicht bij ons, achter dat langwerpige stuk steen zitten.

— Zal ik hem maar vast aanspreken?

— Doe dat.

Nu liep Old Shatterhand ongemerkt naar het boschje, waar de honderd Navajo's zaten en gaf een waarschuwing, dat het ieder oogenblik beginnen kon.

Met zijn kleine mitrailleur in de hand, klaar om te schieten, trad hij toen op de struik toe, waar achter de hoofdman der Nijora's zich n ubevond en vroeg:

— Waarom verstopt de hoofdman der Nijora's zich, wanneer hij ons bezoeken wil?

— Oef! Oef! klonk het zacht van achter di ensteen, die naast de struik lag.

Sluiten