Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij in den raad van ouderen hebt besproken, afgeluisterd. Daardoor werd uw domme val een val voor uzelf. Gy zijt niet erg voorzichtig, wat men toch wezen moet, wanneer de strijdbyl opgegraven is.

— Oef! Oef! Old Shatterhand en Winnetou hebben alles afgeluisterd! Wat een slimme honden! Hebben zy op dien steen gezeten, waar wij tegenaan zaten?

— Ja.

— Hoe hebt gij dat gedurfd?

— Tegenover de Nyora's valt niet veel te durven, want zij zijn zoo dom, dat zy zelfs denken, dat zy de beide prairiejagers Winnetou en Old Shatterhand kunnen gevangen nemen. Wij zijn onoverwinnelijk. Waarom wilt gij ons toch tot vijand hebben? Wij zijn bereid geweest uw vrienden te worden en gij hebt het niet gewild.

— De Groote Manitou is tegen ons, hij wil ons in het verderf storten, dus zullen wij maar niet langer erover praten. Echter heb ik één voorstel:

— En dat is?

Mokaschi legde nu zijn geweer op den grond en zei:

— Old Shatterhand of Winnetou mogen met mij strijden. Wie van beiden het verloren heeft, diens leger heeft het gewonnen.

— Denkt gij, gelooft ge werkelijk, dat Winnetou of ik tegen u het onderspit zou kunnen delven? Hebt gij ooit vernomen, dat wij door een medemensch zijn overwonnen? Uw voorstel kan niets aan uw lot veranderen, maar wij willen geen bloed vergieten. Wij willen strijd vermijden.

— Hoe wilt gij dat nu klaarspelen? Overgeven doen wij ons nooit!

— Dat wenschen wij ook niet van u. Gij zijt dappere krijgers. Kent gij ons zoo weinig, dat ge denkt, dat wij het bloed eischen zullen van al deze dappere krijgers?

Verlicht haalde Mokaschi adem en zag wellicht reeds, naar welken kant het opging.

— Hoe is het dan anders mogelijk, dat er strijd vermeden wordt, zonder dat men ons als vrouwen uithoont?

— Dat zullen wij beraadslagen. Mokaschi en Nitsas-Ini moeten eens even hier komen.

Mokaschi scheen eenigszins huiverig daarvoor.

— Mokaschi mag zijn wapens meenemen, want hij komt als een vrij man.

Nu kwam de hoofdman der Nijora's onmiddellijk en zelfs snel.

Met een waardigheid hem als opperhoofd wel toevertrouwd, nam hij plaats op den door Winnetou aangewezen steen en Winnetou zette zich naast hem terwijl Nitsas-Ini aan den anderen kant van Winnetou ging zitten en Old Shatterhand weer daarnaast.

Nu hadden ze kunnen beginnen, maar naar Indiaanschen trant zaten de vier mannen daar stil en zeiden een kwartier lang geen woord. , ..

Sluiten