Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was warm ingeschonken, zoodra Ruut van haar fiets sprong na een schoolmorgen van vier uren. Zoo zorgvol had Mia dien disch bereid, terwijl ze toch zóó weinig huishoudelijk was, dat ze het simpelste gerecht niet koken kon.

— Wat gezellig zoo'n maaltijd samen, zei Mia en haar oogen straalden. Ben je moe, Ruut?

— Moe? .... waarvan? Van dat half uurtje fietsen?

— Van al dat werken.

— Nee, ik vind lesgeven prettig, van prettig werk word ik nooit moe. Zeg, Mia, die kippezwager van Brecht en zijn vrouw zaten weer samen voor 't huis en toen ik gisteren hierheen ging, keken ze kop aan kop door het raam. Je moet de groeten van hen hebben.

— Dank je ... . Wat heb je gedaan, vanmorgen?

— Een leesles, een rekenles een speel-halfuur, handwerken en zingen.

— Zing je?

— Ik houd er zooveel van, vroeger op school deden we het veel, vierstemmig in de zangles en verder op alle mogelijke en onmogelijke oogenblikken van den dag; ik had altijd een verlangen naar privaat-les; hier op het dorp, waar het leven goedkoop is en ik altijd overhoud, kon het wel; ik heb wel lang geweifeld of ik zangles nemen zou; je had zoo'n gevoel, of het eigenlijk niet mocht.

— Waarom niet mocht? vroeg Mia verwonderd, het was toch je eigen verdiende geld.

Nee, dacht Ruut, dat kan ze niet begrijpen.

— Waaróm niet? vroeg Mia dringend, toen Ruut zweeg.

Sluiten