Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons drieën kerkgezangen. Dat deed bij Brecht alle kwaden invloed van den kippezwager te niet. Je weet niet, hoeveel ze op zoo'n oogenblik van me hield en nu wil ze me niet eens binnenlaten.

Waarom zeg ik dat zoo smalend van Brecht? dacht ze. Waarom zou muziek haar niet milder kunnen stemmen? Want eiken keer, als ze zelf naast het orgel staande, had gekeken naar die kleine, toegewijde handen van tante Chrisje, als ze iets van de gevoelens, waarvoor ze geen woorden bezat, had mogen uitzingen, was haar eigen hart, dat nog zoo pijnlijk kon terug verlangen naar dat andere orgel in de groote pastoriekamer, tot meerdere rust en zuiverheid gekomen.

— Zing jij Mia, speel je?

— Viool.

— Heb je hem bij je?

— Natuurlijk.

— O, ik zou willen .... Ruut zag haar gespannen aan .... ik zou willen ....

— Waarom ga je niet verder?

— Je vindt het misschien geen prettige vraag.

— Zeg het toch maar.

— Zie je, op school is geen piano en er is niemand, die viool speelt. Ik mis een instrument bij m'n zanglessen; het is zóó moeilijk zoo'n troep boerenkinderen in een behoorlijk tempo mee te krijgen. En ik zou zoo graag dansliedjes met hen doen — heel eenvoudige, blijde dingen — om ze eens even van hun eigen plaats te krijgen, zoodat ze hun armen en beenen wijd uitsloegen

Het Verstopte Huuske

8

Sluiten