Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, ik word er wee van .... hoe kan Ruut dat volhouden .... het is een marteling .... ik wil wel accompagneeren in een zangles, ik wil wel fleurige kinderversjes spelen, maar dit is voor 't eerst en voor 't laatst. Ik sta hier als een zielloos ding, ik word hier gecommandeerd, alsof ik honderd fouten maak inplaats van dien dommen kindertroep.

— Hè, wat jammer, zei Ruut, daar gaat de bel en nu ging het juist zóó goed. Ik had zoo graag nog ééns de beide versjes gezongen. En nu is het tijd ....

— Mogen we nog niet blijven, juffrouw, nog even blijven ?

Boven het matglas beurde de onderwijzer van de derde klas een voor een de vertrekkende kinderen, om te kijken naar de juffrouw met de viool.

Onbeschaamde vlegel .... vond Mia.

— Kijk, meneer Bels, juffrouw, die wil ook luisteren en de kinders gaan ook niet weg.

— Als ze heel stil zijn, mogen ze blijven, zei Ruut en ze schoof de tusschendeuren open.

— Jullie moogt even heel stil luisteren naar onze heerlijke zangles. Ze knikte tegen Mia: „Wil je nog ééns? De drie coupletjes van Zomeravond en 't Haantje kukeleku?"

— Dus, kinderen, denk heel goed aan de stille maten en blijf vooral kijken naar het stokje.

Zooals ze zongen! Zoo gespannen, als ze keken naar 't leidende stokje, naar Ruuts expressief gezicht! Zoo krampachtig, als ze hun monden sloten bij de stille maten, terwijl ongelukkige Wullem — de eenige, die

Sluiten