Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kijken en luisteren, zingen en lezen.

Ze keek in z'n verweerd, hoekig gezicht, waar uit de diepe oogkassen de blauwe oogen haar sterk en zuiver tegenstraalden.

— En ik ben blij, zei hij zacht, dat u gekomen bent om aan deze taak mee te werken.

Tegenover zooveel onverdiend vertrouwen kon ze de woorden: ,,Ik ben heelemaal niet gekomen, om mee te werken, aan welke taak ook; ik vond dit eeuwige overdoen gruwelijk vervelend en jullie krijgt me niet voor een tweeden keer in die school" niet over haar lippen krijgen.

Ze stonden voor een laag arbeidershuisje; hij nam afscheid van haar met een nog pijnlijker handdruk, die haar opnieuw ergerde.

— Groet je moeder, zei Ruut, ik kom deze week nog eens aan.

Ze liepen samen verder.

— Vind je 't naar, vroeg Mia om iederen dag met dien man te moeten omgaan?

— Nee, waarom?

— Hij heeft geen manieren.

— Zeker wel, hij is altijd wellevend, hij kwetst nooit. Maar hij kent de vormen niet — waar zou hij ze ook geleerd hebben? Hij is een heel eenvoudige jongen.

Stil liepen ze naast elkaar voort.

Ruut voelde het: Ze waren elkaar niet nader gekomen door dezen morgen en het onbevangen optreden van Bels had Mia ontstemd.

Sluiten