Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat een kind is ze nog, dacht Ruut, een kind, dat nooit verder gezien heeft dan haar eigen kleinen kring.

— De moeder van Bels was fabrieksarbeidster, zei ze.

— O, ja, dan .... begon Mia, maar Ruut ging dadelijk voort: ,, Ze is een van de kranigste vrouwen, die ik ken. Ze verloor haar man, toen haar drie kinderen nog klein waren; toen is ze naar de fabriek gegaan, om geld voor hen te verdienen. Ze woonde toen samen met een gebrekkige zuster, die het huishouden deed en naaide voor het gezin. Bels heeft me eens verteld, dat zijn moeder, die het fabrieksleven verafschuwde, toch altijd wat aardigs wist te vertellen uit die omgeving, altijd wat belangrijks voorlas uit de courant, die ze geregeld kreeg van den boekhouder. Zij en haar zuster deden wonderen van het weekloon; ze spaarden altijd; wat ze overhielden werd in vieren gedeeld: drie kwart voor de drie spaarboekjes van de kinderen, één kwart voor het potje van ontwikkeling en genoegen; van dat geld kocht ze boeken op een stalletje op de markt en 's Zondags las ze voor. Ze las heel goed, vertelde Bels, ze zou een ontwikkelde vrouw zijn geweest, wanneer ze in een anderen kring van de maatschappij was opgegroeid. Nu is ze een ruim voelende vrouw geworden met een gaaf en warm hart. Haar groote illuzie was: de kinderen buiten de fabriek te houden, zoo lang ze jong waren, dat is haar gelukt. Bels zelf ging naar de normaalschool, de zusjes zijn op een industrieschool geweest, de een is getrouwd, de ander geeft les in costuum-naaien, die woont nog bij de gebrekkige tante Neeltje. Drie jaar geleden kreeg Bels deze plaats, toen heeft hij zijn moe-

Sluiten