Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als vlammen in den zonneschijn. Ze sprong af en dook weg in al dat geurende kruid, ze hield een oogenblik al dat geel en goud, dat rood en bruin met beide armen tegen zich aan en ze had zich nooit zoo rijk geweten.

— Ik zal ze meebrengen voor de school, zei ze, de hyacinthen waren vanmorgen bijna uitgebloeid.

's Avonds, toen al haar onstuimige gedachten tot rust gekomen waren, zat ze uit te zien op het terrasje; het allerlaatste zonnegoud streepte boven de vallei — het molentje en de huisjes waren weggedoken in den schemer. Boven haar hoofd keken de aandachtige pik-oogjes van den kleinen tuinfluiter over het lage nest.

En ze wist het ineens niet meer, waarom ze heel dien middag zoo onredelijk gelukkig was geweest; ze had immers part noch deel aan het werk van Ruut en Bels; ze stond daar maar een beetje te spelen, maar die beiden hadden heel den dag gevuld met den arbeid voor anderen, die hadden een doel voor oogen, die kenden de moeilijkheden en de vreugden van het werk van alle dagen. En de moeder van Bels had een leven lang zich zelf vergeten om te zwoegen voor haar drie kinderen; nu zorgde de zoon voor haar en zij voor hem en ,,ze waren wonderlijk gelukkig" had Ruut gezegd. Maar zij — wat had zij gedaan tot nu toe? .... ze had haar luchtige, weelderige leventje geleid en hier in alle simpelheid leefde ze toch weer alleen voor zichzelf .... het was immers zoo gering een uurtje te spelen voor de schoolkinderen, terwijl Ruut al haar tijd, al haar kracht aan

Sluiten