Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avonden, nu ze zoo denken moest over haar leven en dat van andere menschen? Hoe grof was ze geweest, toen ze dien jongen, dien ze nauwelijks kende, opzettelijk gegriefd had. Stond hij niet tegenover het leven, zooals Ruut en Bels met een ernst, die afvoerde van zijn eigen belangen naar die van anderen? En als je die betrachtte, zou je dan kunnen komen tot het liefhebben van elkaar? Het is een vreemd woord, peinsde ze, ik heb altijd gedacht dat het alleen hoorde bij den éénen .... die komt of niet komt in je leven .... je begrijpt soms niet, waarom wel en waarom niet .... tot nicht Christien is hij nooit gekomen en zij was toch een van de allerliefsten.

Het is een groot woord; het hoort ook bij de velen om ons, bij de vrienden, de kennissen, bij hen, die we toevallig tegenkomen op den weg; zelfs ,,de bruur" verstond er iets van.

Het laatste zonnegoud was aan den Westerhemel verbleekt, ze kon den kleinen vogel niet meer zien.

Je moet eerst met jezelf tot klaarheid komen .... mijmerde ze; misschien ben ik bezig dat hier te leeren en ik geloof, dat iedereen en alles me toch helpt een beetje meer van mezelf en het leven te begrijpen. Misschien heb ik al die jaren te weinig gekéken en te slecht geluisterd.

De wijde stilte om haar heen bracht iets van de zoete rust voor haar eigen hart.

Hoe zou het toch komen, vroeg ze zich af, dat ik vanavond voortdurend moet denken aan Johan Diederick

Sluiten