Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat heb je uitgevoerd, Ruut, vroeg Mia en ze keek de wanordelijke kamer rond, ga je verhuizen?

— Je moet me eens helpen bedenken, zei Ruut, wacht we zullen hier dekken aan dit kleine tafeltje in den hoek; ik zal je straks alles vertellen; als jij even chocolade kookt, maak ik alles klaar.

En toen ze samen zaten en uitkeken over de roggevelden, die al zacht te wuiven stonden, vertelde Ruut: „Ik heb zoo'n moedeloozen brief vanLucie, je weet, de kinderen hadden den heelen winter kinkhoest, de grooten zijn weer naar school, maar bij de twee kleinsten, die het het laatst kregen, betert het niet; iederen nacht hebben ze hoestbuien, dan moeten ze geholpen worden, de moeder is dood-op en Lucie weet ook niet, hoe ze 't langer zal volhouden. Ze schrijft: „Het is ook zoo'n wanhopig Amsterdamsch benedenhuis zonder zon: je moet ver loopen, eer je buiten bent en ik kan niet met twee kinkhoest-kinderen in de tram. De dokter spreekt van lucht-verandering, maar waar moeten we heen? Meneers tractement is niet eens toereikend voor de daaglijksche uitgaven; moeke, die eigenlijk room en veel vruchten moest gebruiken, geeft alle extratjes aan de kinderen, die ook zoo weinig eten. Ze kunnen geen pension betalen. Ik heb al aan Truien Jeannegedacht— dat zijn een paar oude nichten van ons, zei Ruut — maar Jeanne zal doodsbang zijn voor alle onordelijkheid in haar huis en Trui zal om Jeanne doodsbang zijn voor hoestende kinderen. Ze hebben alles: een mooien tuin, een groot huis, ik zou de kinderen apart kunnen houden en alleen voor hen kunnen zorgen, maar als ik alles

Sluiten