Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— zij en moeke — in een behoefte elkaar te sparen zonder klacht de te zware taak volbrachti en telkens opgeschrikt door de benauwde, woeste hoestbuien van de kinderen, had ze weken lang, de ongestoorde nachtrust ontbeerd.

Hoe lokte het kleine, vriendelijke kamertje, waar ze straks achter het open raam de wijde, stille wereld had zien liggen! Het was zoo'n ongekende weelde, om eens precies te kunnen doen, wat je wenschte.

Ze bracht de kinderen in de groote kamer vlug naar bed. Pietje liet zich slaapdronken beuren over de hooge heining van zijn geïmproviseerd bed en Polleke bedelde: „Mag ik morgen in dat leuke schip, tante?"

— Om de beurt een week, beloofde Lucie. En Pollekind, ik slaap in de kamer vlak naast je en ik zal de tusschendeur vannacht openlaten.

Polleke, zalig-moe, sliep al, terwijl Lucie nog ruimde tusschen de bedden.

In het kleine kamertje lag ze toen zelf en de avondzon scheen warm naar binnen; de laatste vogels fladderden nog door de takken, een kar met boomstammen reed knarsend en steunend over den zandweg terug naar het dorp. Ze hoorde als een lief geluid het rinkelen van de kettingen, ze hoorde de donkere stem van den man, die aanmoedigend sprak tot zijn paarden. Door haar haren blies zacht de avondwind en hij streelde even over haar moede oogen, die uitzagen over de goud-overschenen struiken van den heuvel, naar den hoogen hemel, waartegen de zware, bronzen kruin van den hoogen denneboom een groot, veilig nest leek.

Sluiten