Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lucie lag doodstil, haar bezige handen rustten werkeloos op het dek. Ze dacht aan de tengere moeke van de zes kinderen, die geschreid had: „Ik mag je niet bij ons houden, Lucie, je loopt zoo bleek en mager door de wereld, als de schande van mijn huis. Je kunt overal een betrekking krijgen, waar je meer verdient en minder hoeft te werken."

— En jullie dan?

— Ik weet het niet, had de ander gesnikt, ik hèb toch nog twee keer in de week een hulp voor het ruwe werk ....

ja, en dan moet het maar anders dan moeten we

maar eten in een gaarkeuken .... en dan kan een van de kinderen nu en dan eens een dag van school blijven, om thuis te helpen .... ze moeten maar zoo gauw mogelijk weten, dat het leven geen zorgeloos bestaan is.

— Dat weten ze toch wel, maak het ze niet al te zwaar, moeke. De kinkhoest met al die onrust zal ook wel ééns voorbijgaan en als ik weg ben, moet je 't immers binnenkort zelf opgeven. Je weet toch wel, dat we met ons beiden vijf maal zoo gauw afwasschen als één van ons alleen, dat een avond kousen stoppen heel plezierig is, als we 't voor elkaar gezellig maken met een theeblaadje en een gedichten-bundel, waaruit je me tusschen twee groote gaten in iets moois voorleest. Maar als je alleen zit achter je verstelgoed, zal je geen theeblaadjes in orde maken en geen boeken uit de kast nemen, omdat de zekerheid, dat je toch niet klaar komt, je bij voorbaat verlamt. En je zult ondergaan in de materie en wat zal er dan van pake worden en van al het lieve grut, als jij bent ondergegaan?

Het Verstopte Huuske

10

Sluiten