Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn eenzelvige mismoedigheid, in de dagen, dat zijn vrouw zijn hartelijkheid zoo zeer behoefde, had haar dezen winter wel eens geërgerd, maar als hij even de zorgen van zich afzetten kon, hoe verkwikte hij dan zijn heele gezin met zijn jongensachtige dwaasheden, hoe kon hij nog een broertje-mee zijn met alle kinderen. Maar hoe moest het in de toekomst, als de opvoeding der kinderen kostbaarder zou worden en de verdienste niet toenam? En hij kwam maar niet verder dan substituut-officier?

Ze lag nog te tobben, toen ze gestommel hoorde op de trap en een klop op haar deur.

Daar waren Ruut en Mia met een theeblaadje voor hun drieën en Mia had zoet geurende muurbloempjes, vergeet-mij-niet en brem-vleugeltjes als een vroolijk kransje om het schoteltje met biscuits gelegd.

— Hoe heb je 't? vroeg Ruut. Hoe lig je hier?

— Als een koningskind.

Ze trokken een klein tafeltje en een paar stoelen bij.

— Nu moet je eten, zei Mia, je had het straks zoo druk met de kinderen. Deze schotel moet leeg en ik heb een pot vol thee onder de cosy.

— Deze vergeet-mij-nieten, vond Ruut, staan mooi bij je blonde haar, Lucie. Laat ik je een beetje versieren, je hebt een kleurtje noodig. En ze stak de blauwe bloemetjes boven Lucie's vlechten aan weerskanten van het bleeke gezichtje.

— En wat muurbloemen in je nachtpon, zei Mia, voor een geurtje. Wil je nog een kopje thee?

— Dit is nog niet eens leeg, zei Lucie met een glimlach

Sluiten