Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eeuwige pijp in haar mondhoek en Mia met Lucie's nachtzak op haar hoofd — met hun venijnigste gezichten over den achterkant van het bed en demonstreerden de kippezuster en kippezwager. En Lucie zat rechtop en lachte tranen met haar gezicht in beide handen.

En het schoot in eens door haar heen: Ik bèn nog geen oude vrouw, die afgedaan heeft met het eigen leven en alleen honderd zorgen voor anderen heeft, die een vijftien jaar ouderen man met een moederlijken glimlach van begrijpen in bescherming neemt .... ik ben een jong meisje, ik hoor nog bij de dwaasheid en de vroolijkheid .... ik ben vier en twintig ....

— Brecht zal niet weten, wat er gebeurt, als ze ons zoo hoort lachen.

— Het kan mij niets meer schelen, riep Mia overmoedig, de eerste avonden ben ik wel bang geweest, dat ze ineens bij me zou komen .... binnendoor — want zij heeft den sleutel van de tusschendeur gehouden — om me verwijten te doen. Ze komt nooit, niet binnendoor en niet buiten om. Maar je weet niet, hoe'n luguber gevoel het was met een mensch, dat je vijandig gezind is, onder één dak te wonen. En nu zijn we zoo gezellig met ons allen, net een groot gezin.

— Ik vind de kinderen merkwaardig zoet, zei Ruut.

— Ze slapen de eerste uren altijd rustig, ze beginnen meestal na elf pas.

— Dan zullen wij nu ook zoo wijs zijn, als we ons hadden voorgenomen en jou laten slapen; 't is al bijna negen uur.

Sluiten