Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de blikken melkbus, met de mand, met

de klontjes voor de paarden, die door de weide kwamen aanrennen, toen Mia floot, waren ze 's morgens naar de boerderij gewandeld. Gebogen over de kleine, bonte kuikentjes hadden Pietje en Polleke in voor elkaar nauwlijks verstaanbare zinnetjes vriendschap gesloten met Christientje en tot Lucie's geruststelling was moeder Bergman volkomen onverschillig voor kinkhoest in de buitenlucht; Christienje had het trouwens met de broertjes mee gehad, toen ze twee jaar was. Moeder Bergman met Sien en Janna zaten voor 't huis met twee naaimachines te naaien, want Janna zou in Juli trouwen en aan haar kostelijk uitzet kwam geen einde. Metdeeglijkeboerinne-trotstoondedemoederden meisjes de hooge stapels linnen lakens van haar grootmoeder nog—de sloopen, de hand- en vaatdoeken en gestreepte rokken, bij dozijnen. Mia verkneep een geeuw en een glimlach achter vrouw Bergmans rug.

— Wat een ballast, zei ze later tot Lucie. Als ik ooit trouw, doe ik het in alle soberheid en eenvoud, zonder één stuk meer, dan ik het eerste half jaar noodig heb.

— Omdat je niet weet wat het is, verlegen te zitten om de eenvoudigste huishoudelijke voorwerpen. Ik heb m'n levenlang de moeilijkheid gekend van tekort, van overléggen, van uitstukken en vermaken. Ik vind het solide begin met een voorraad, die niet te snel is uitgeput, zoo dwaas nog niet.

Maar Mia riep uitgelaten: „Vreeselijk, vreeselijk, al die saaie lappen! Ruik je de klaver wel? Kinderen, haal

Sluiten