Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens diep en langzaam adem, zooveel honing-zoete geuren helpen beter dan de ingewikkeldste drankjes. En zie je, Lucie, dat vind ik nu een prettige manier van huishouden: samen door de velden te loopen en je eten te koopen bij een lieve boerin met paarden, die hun koppen tegen je gezicht duwen, en dan samen in een keukentje te prutsen. Ik zou hier wel in 't verstopte Huuske willen blijven wonen met Ruut; ik zou haar dan in de school kunnen helpen en zij mij in 't huishouden en 't zou allemaal veel pleizieriger en poëtischer zijn dan een echt huis met een veeleischenden man en een troep lastige kinderen."

— Maar op een goeden dag zou er een ridder voorbij komen. Hij zou aankloppen en vragen: „Wie woont daar met zulke donkere oogen achter die rozen in dat verstopte Huuske?"

— Ga voorbij, heer Ridder, de jonkvrouw heeft haar rust en dit goede leven te lief, ging Mia verder.

— Ik heb u de heele wereld over gezocht, schoone jonkvrouw; moet ik nu, na u gevonden te hebben, mijn vurig ros doen keeren ?

— Als 't je belieft, heer Ridder, want mijn hart blijft onberoerd voor uw smeekendste blikken.

— Het zal niet zoo blijven, mijn lieve jonkvrouw. Nu ééns mijn ros langs deze wegen is gesneld, zult ge blijven luisteren naar zijn dravenden stap.

— Ik heb wel iets beters te doen, heer Ridder, lachte Mia.

— Nee, zei Lucie ernstig, zoo gaat het toch, als je samen — twee vriendinnen — plannen maakt voor de

Sluiten