Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de boeren mee, hadden ze zich dag

aan dag verheugd, dat het koren zoo recht en rijk op de akkers stond. En ze hadden bij het geel worden van de halmen, bij het schouwen naar de aren, die langzaam aan zich bogen onder 't wicht der rijpe, zware korrels gehoopt, dat de effene, windstille dagen zich bestendigen zouden en al die zomersche heerlijkheid zonder één tegenslag veilig en welig zou geborgen kunnen worden in de leege, wachtende schuren. — 't Zou goed wezen, had moeder Bergman gezegd, als de korenoogst dit jaar vlot en vlug van stapel liep; het was in Juli en Augustus een drukke tijd op de hofsteden en er moest toch tijd overblijven voor de bruiloft van Janna en Teunis, want Teunis had een goed stuk land kunnen koopen op voordeelige hypotheek, Janna's uitzet was klaar, aan 't nieuwe huis hoefde weinig vertimmerd, dat kon eind Juli betrokken worden en voor dien tijd moest het nog bruiloft zijn.

Lucie, Ruut en Mia, met een belangstelling, alsof hun aller hartsvriendin in het huwelijk trad, zonnen op verrassingen en huwelijkscadeaux, Ruut peinsde zelfs over een algemeene hulde van 't verstopte Huuske op den dag van 't groote feest, een comediestuk of een voorstelling, waaraan allen, ook Pol en Pietje deel zouden hebben. In de landen van de allervoorbarigste boeren sneed de sikkel al door de hard geworden halmen van de roggeakkers.

Toen, op een warmen drukkenden morgen in de eerste week van Juli kwamen opeens de wolken langzaam opzetten van verre over de heide. Lucie en Mia keken

Sluiten