Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze stond langzaam en met moeite op, toen ze den dokter zag.

— Zoo, Brechtje, sprak hij vriendelijk, weer aan 't zorgen? Wat heb je met hem uitgevoerd?

— De stakkerd had het zoo op z'n borst, 't was de gewone blafhoest, ik heb om en om een warme en een koude spons op z'n borstje en keeltje gelegd.

— Mooi zoo, het oude, beproefde middel. Had hij er baat bij ?

— Ja dadelijk, zei Lucie en hij werd zoo rustig; ik had nog nooit van die behandeling gehoord.

— Och, juffrouw de Ruyve, in deze afgelegen streken houden we de oude huismiddelen nog een beetje in eere. 't Was maar goed dat u Brechtje hier in huis had, ze is zoo dikwijls met Juffrouw te Meie mee geweest, om de zieken te helpen, wat jij Brechtje?

Maar Brecht ging niet in op zijn woorden. Ze keek wat schuw naar de meisjes en toen zei ze: „Dokter wil zeker wel koffie? Ik heb ze beneden gezet."

— Graag, ik kom dadelijk beneden, wil je ze even klaar maken?

— U moet toch maar stoomen, juffrouw de Ruyve, dat zal hem verlichten en houd u hem maar te bed, tot de croup-klank verdwenen is, ik kom morgen in den loop van den dag nog wel eens kijken.

Beneden in de huiskamer bracht Brecht het koffieblad met de dampende koppen, voor den dokter, voor Lucie. En vlak voor Mia bleef ze staan: „Hier is een groote kop voor u, juffrouw Mia, u moet maar eens goed warm worden binnenin; ik heb nooit gedacht, dat een stads-

Sluiten