Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juffer door zoo'n heidenschen nacht en duisternis, alleen en van alle menschen verlaten, naar het dorp zou durven gaan. Ik bedank u, dat u dat gedaan heeft voor me lieve Pietje en Brecht is trotsch op u, juffrouw Mia."

Den volgenden dag, toen ze alles aan Ruut vertelden, schaterden Ruut en Lucie om Mia, die zoo verbouwereerd was door deze toespraak, dat ze opstond en met haar hand in Brechts hand plechtig sprak: ,,Dank je, Brecht dank je wel." Maar in dezen nacht van nooit vermoede mooglijkheden was niemand verwonderd.

— U heeft een kruik in uw bed, zei Brecht weer tot de aarde terug, u mag er geen kou bij vatten.

Een kwartier later, toen de dokter weggereden, toen Brecht weer naar haar eigen departement vertrokken was en Mia met stralende oogen tegenover Lucie's bleek, afgetobd gezichtje zat, vroeg ze: „Hoe kwam je toch aan Brecht, heb je haar geroepen?"

— Nee, ze kwam zelf, om het kind. Ze had hem hooren hoesten en schreien en toen heeft ze haar deur ontgrendeld en ze tikte opeens aan de slaapkamer. Ik was in zoo'n spanning om Pietje, om jou, om al die ellendige geluiden, dat ik niet eens schrikte. Ze zei: „Legt u hem maar rustig in bed en als u me twee sponsen geeft, zal ik hem wel helpen; ik heb er zooveel boerenkinders mee tot bedaren gebracht. En altijd van die kleine, dikke jongetjes, die zijn voorbeschikt voor denblafhoest. Wees maar niet bezorgd, juffrouw, morgen heeft de heele wereld een ander aanzien." Ik werd er zelf kalm van; vreemd, dat het besliste optreden van een ouder

Sluiten