Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was het Johan Diederick Rekx?

Ze scheen zich in dien droom verder niet om Pietje bekommerd te hebben, want ze zat ineens met Lucie op de balustrade van het terrasje; ze hoorde een suizend geluid gaan langs den boschweg.

Dat is de storm, wist Lucie, hoewel alle blaadjes onbeweeglijk aan de boomen hadden gehangen. En de storm is een paard.

Toen was ze van de balustrade gesprongen en ze had tusschen de boomen gekeken naar het paard, dat voortsnelde langs den weg. Lucie zei: ,,Je zult blijven luisteren naar zijn dravenden stap." En ze begreep, dat ze dat zei, omdat ze niet op een fiets, maar op een paard door den storm gereden hadden. Het paard had haar naar huis gebracht, nu draafde het terug.

Terwijl ze wakker lag, zocht ze: Was het een paard met een ruiter? .... heb ik den ruiter wel gezien, die draafde langs het verstopte Huuske? .... Ze wilde, dat ze van een ruiter gedroomd had, maar het was een onbereden paard geweest met wapperende manen en een zwaaienden, langen staart.... een wild paard, dat door de steppe draafde, ze had het plaatje wel eens gezien in een oud Indianenboek van Ben — hoe kwam ze er aan?

Ach droomen .... vond ze en ze keek naar buiten. Maar ze bleef toch liggen en herdacht den boozen nacht vol onvermoede verrassingen.

Mijn fiets moet nog terug; wie zou hem komen brengen? Als Rekx zelf het doet? .... Nee, vandaag hoefde ze niet naar de school, ze zou den heelen dag thuis-

Sluiten