Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat's tante Ruut, riep Pol en liep het paadje af.

— Ik kwam eens kijken, zei Ruut, of er nog iets van jullie was overgebleven na dien storm. Maar wat vier je hier voor feesten! Ben je jarig, Mia? Wat een tafelwelbereid! En waarom heb je vandaag die dot van een jurk aan en wat zit je haar snoezig!

En Lucie, die, nu Brecht wacht hield bij Pietjeenden croup-ketel, naar beneden was gekomen, streek een slordige vlok blond van haar voorhoofd en zei: „Ik voel me heelemaal Asschepoes; Mia, je kon wel meedingen in een stand op een vruchtententoonstelling. Ter eere van wie is dit festijn?

— Ter eere van .... ons allemaal, van Pietje, die beter is, Pol en ik waren straks in een bui van opknappen en versieren, hè Polleke?

— Ruut, zei Lucie, blijf eten, we wonen hier nu als twee prinsessen; Brecht zorgt en kookt, we eten honingzoete doppertjes uit haar tuin — een vredesmaal.

— Wat! riep Ruut verbaasd, hebben jullie vrede?

— Je zag het toch dadelijk aan dit allemaal, zei Mia met een breed gebaar over de tafel — dit is een vredestheetje .... en ik zit hier in een witte vredesjurk.

— Ik ook, vond Lucie, ik détoneer hier in dit saaie bruine linnen, ik steek me ook in 't luchtig vredes-wit onder een verzorgd kapsel. Wacht even met de verhalen tot ik terug ben, Mia .... o, ik voel me honderd ponden lichter en tien jaar jonger na de doorstane ellende. Wat is een zomerdag na een stormnacht iets onbegrijpelijk heerlijks!

En Ruut zei, toen Lucie naar boven liep: ,,Ze is in

Sluiten