Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik ga naar bed, zei Lucie, ik val om van slaap en ik doe gehoorzaam, wat die aardige dokter gezegd heeft. En jullie?

— Wij gaan ook .... dadelijk.

— Goeien nacht dan met je beidjes.

Maar Mia ging niet. Ze bleef zitten op de balustrade en Ruut keek met haar hoofd achterover peinzend naar de sterren.

— Ruut, zei Mia na langen tijd, begrijp jij dat van nicht Christien en den dokter?

— Wat bedoel je?

— Dat ze niet met elkaar getrouwd zijn.

— Waarom zouden ze?

— Omdat ze van elkaar hielden.

— Hoe weet je dat, Mia?

— Zooals hij toch over haar sprak .... En Mia vertelde, wat hij in den tuin gezegd had. Denk eens .... ze had den hemel in haar oogen. Als een man dat zegt van een vrouw, die hij . . . ja, hoe lang zou hij haar wel gekend hebben .... veertig jaar misschien ....

— Ja, ik geloof ook wel, dat hij van haar hield en zij vond hem wel een besten vriend.

— O, maar waarom deed ze het dan niet, zij was zoo lief en hij was zoo'n beste man en ze voelde toch zooveel voor zijn werk en hij spreekt met zooveel bewondering over haar levensopvatting en hij vertelt zelf, dat ze hem zooveel hielp, waarom trouwden ze dan niet, Ruut ?

— Ja, dat weet ik toch niet.

— Maar ze zouden veel gelukkiger geweest zijn; nu zijn er twee levens verknoeid.

Sluiten