Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe kan ik slapen in zoo klaar een nacht?"

Tusschen alle gedachten zong de versregel in die nachtelijke uren door Mia's hoofd.

Het is immers onmogelijk, zei ze zacht en waarom zou ik het zelfs probeeren?

Dinsdag, als het bruiloft is, zal de maan juist vol zijn .... o, ja, maar natuurlijk, ze trouwen immers ter wille van de maan, op dién dag .... omdat er hier geen electriek langs de wegen is — help me toezien, zou de petroleumman zeggen.

Wat veel vertrouwde vrienden hebben we hier gekregen buiten de menschen om, peinsde ze: de maan en de korenvelden, de paarden van Bergman, het molentje in de verte, de geitjes langs den weg en den uil .... of is hij eigenlijk nog een vijand?

Een dor bestaan, had vader nicht Christiens leven genoemd, maar wat had haar belangstelling veel omvat en hoe wonderlijk was het, dat zij allen zonder veel over haar te spreken, zoo dikwijls aan haar terugdachten, Ruut en zij en Lucie, die haar nooit had gekend.

Alsof ze maar voor een korten tijd is heengegaan en ze onverwacht terug zal komen, om te zien, wat we van het Huuske gemaakt hebben.

Ze dacht aan het gesprek met den dokter, aan nicht Christiens verhouding tot de andere menschen, tot hèm, tot Ruut, tot de Bergmannen, die hun jongste kindje naar haar hadden genoemd, tot Brecht, van wie ze een mensch had gemaakt.

Hoe geduldig en vol vertrouwen zou ze een moei-

Sluiten