Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de flesch tusschen haar handen en de zon scheen weer op de wat verbleekte, roode dakjes, de groene wei en de blauwe molentjes. En terwijl Brecht met nog onverflauwde bewondering verder teemde over oome Marinus' kunstenaarsgaven, dacht Mia, hoe de oude vrouw tegenover haar en zij, die in onvrede samen onder het dak van het verstopte Huuske hadden gewoond, geen van beiden de stille, onnaspeurlijke kracht van een goed mensch, dat heengegaan was, hadden kunnen weerstaan.

Was het haar zelf niet gegaan als Brecht.... alsof ze niet meer met een rustig hart aan nicht Christien kon denken?

Menschen meenen, dat ze sterk zijn, dat ze kunnen, wat ze willen, dat ze kunnen gaan langs de wegen, die ze

zelf bepalen en dan kan een mensch niet verder,

dan is er een macht, een andere macht, waartegen je je

tevergeefs verzet.... waaraan je gehoorzamen moet

Een hoogere Macht....

Over de flesch heen droomden haar oogen in den zonnigen tuin, waar de witte vlinders boven de moesveldjes dansten.

Hoe diep werd het leven nu, hoe beklemmend en moeilijk, als elk woord, iedere daad het leven van een

ander beschadigen of verrijken kon

. . . . ,,en als Brecht dan eindelijk ten grave daalt, juffrouw Mia, dan zult u de flesch erven, omdat u van de naaste familie van m'n lieve juffrouw Chrisje is en omdat u de eenige persoon is, die hem altijd naar waarde heeft geschat; u kunt er uw oogen niet van

Het Verstopte Huueke

10

Sluiten