Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bleef even stil tusschen die beiden.

— Wil je thee? vroeg Mia, met een blik, die al weer weggleed van de zorgvuldig bereide tafel.

— Och nee, dank je; we zullen daar toch al zooveel moeten eten en drinken.

Nu zat Mia op de balustrade. Ruut wist, dat ze van daar af tusschen twee boomengroepen het kleine strookje pad kon zien, waar de vliegenzwammen gloeiden tusschen de karresporen,

Maar natuurlijk keek Mia niet naar die prachtige zwammen. Ze had immers maar één gedachte, die haar alles deed verwaarloozen, de vriendelijke ontvangst, waarmee ze Ruut al die maanden verwend had, het gezamenlijk plezier om de boerenbruiloft, — één dringende, alles overheerschende gedachte: Zou Rekx komen? Waarom ben ik je ineens zoo onverschillig? wrokte Ruut, waarom .... na al die goede maanden? Natuurlijk heb je er niet met me over gesproken .... dat kan ook niet, als alles nog zoo vaag en verwachtend is ....

ik heb het wel begrepen van jou, van hem het

ging alles zoo vlot, zooals alles bij jou vlot gaat .... je hebt zooveel, je hebt alles .... je kunt doen, wat je wilt, koopen, wat je mooi vindt, werken of niet werken... En nu zal Rekx komen — een aardige flinke jongen, die bij je past en hij zal je vragen en je zult ja zeggen en dan mag je samen door het leven gaan en al je illusies worden werkelijkheid. Maar andere menschen moeten hun leven lang alleen blijven en werken .... nee werken is niet erg, het is goed en prettig, om te houden van

Sluiten