Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruidspaar en ze zongen allen van het heil van de bruid en den bruidegom en 't boerenland, dat hün land was. Toen, met achterlaten van de volle schoof vol geheimzinnige pakjes dansten rogge en haver de open deuren van de deel uit, waarbij Pols blozend gezichtje plotseling nieuwsgierig tusschen al de afzakkende aren opdook. In den hooiberg ontdeden ze zich van stroo en halmen, stof en spinnen. Lucie in haar onderjurk hielp de kinderen en Mia, wat afgewend van de anderen, trachtte zich tevergeefs uit het stijve omhulsel te werken.

— Wacht even, zei Ruut, ik zal je helpen, ik ben er al uit; dat is een heele verademing.

Het was haar, of ze een korten snik hoorde.

Neen, dacht Ruut, dat kan toch niet, ze zong zoo lustig. Maar toen ze met haar zakmes moeizaam den sterken, onwilligen band had doorgesneden en alle halmen rondom wegvielen, kwam Mia's hulpeloos gezichtje vuil en nat van tranen te voorschijn.

— Och kind, zei Ruut en ze sloeg een troostenden arm om Mia's hals, schrei er toch niet zoo om; er kan toch verhindering zijn geweest, misschien hadden ze bandenpech.

— Maar dan hadden ze toch kunnen telegrafeeren. Ze wisten toch, hoe vast wij er op rekenen.

— Ik weet niet, of ze dat wisten; en zoo'n telegram had het Huuske toch nooit bijtijds bereikt. Juist omdat we géén bericht hebben, geloof ik zeker, dat ze onverwacht tegenslag hebben gehad. Misschien staan ze morgen ineens vóór je.

Sluiten