Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— O, denk je? vroeg Mia gespannen.

Ruut glimlachte.

— Het kan immers best, zei ze. Ga je nu eens lekker wasschen; je weet niet wat rare strepen en vegen je in je gezicht hebt, net een vuil straatjongetje. Maar niemand heeft iets gemerkt, je zong zoo goed.

— En ik moest toch zoo huilen, toen iedereen zoo vroolijk was, zei Mia zuchtend.

Lucie dreef de kinderen den hooiberg uit.

— Brecht wacht al op jullie, blijf maar dicht bij haar. Ze hield even het gordijntje open en luisterde vermaakt naar de feestgeluiden, die van de deel tot haar doorklonken: de kletsende handklap als castagnetten en het zware doffe geluid van al die stevige schoenen op den leemen vloer. Ze hoorde de woorden:

Beide handjes klap, klap, klap,

Beide voetjes, stap, stap, stap,

En dan luidruchtig en nadrukkelijk de zingende stemmen:

Driekesman, Driekesman,

Draoi oe es um en kiek mi'j es an.

— Hoor, zei ze tot de anderen, ze dansen den Driekesman.

— O, riep Ruut, maar dat is aardig om die eens écht te zien. Herinner je je, Mia, dat de kinderen hem op het schoolplein gedanst hebben en dat Bels zei: „Maar je moet hem zien op een boerenbruiloft, elke jongen met

Sluiten