Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want we kennen elkaar nog zoo weinig, maar voor m'n gevoel is het zoo lang .... alsof ik bij jóu hoor en bij niemand anders. . . . En nu weet je 't, zei hij ineens bruusk, ik kan het niet meer zwijgen.

Ze sloeg haar oogen naar hem op: ,,Ja, zoo is het ook... alsof ik bij jou hoor en bij niemand anders .... waarom weet ik niet . . . ."

Hij nam zacht haar donkere hoofdje tusschen zijn beide voorzichtige handen.

Zijn lieve hoofd .... dacht ze, dat zich buigt naar mijn hoofd .... en daar heb ik altijd naar verlangd.

— Waaróm? vroeg hij, met zijn oogen, diep in de hare, waarom? .... dat is het geheim van het leven en het geheim van ons samen. . . .

En in dat nieuwe uur, terwijl ze zaten op de treden van het terrasje en uitzagen in den overglansden manenacht, had de wereld geen grenzen meer en het leven met alle verborgen mooglijkheden leek eindeloos wijd en goed. Toen, als kwam hij van verre, streek de uil langs het huis en boven op den ouden, krommen dennetak, die de volle maan doorsneed, zette hij zich en kéék. En zijn scherpe bek was vast gesloten.

— Zie je dien uil, daar voor de maan? vroeg Mia.

— Hij kijkt naar je.

— Ja, hij kijkt altijd naar me; hij was een vriend van het Huuske, maar mij heeft hij van den eersten dag af altijd bespot, gescholden en uitgelachen; hij heeft altijd hoonend om me heen gefladderd.

Onbeweeglijk zat daar de zwarte silhouet van den

Sluiten