Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouden uil als verheerlijkt in de gouden omlijsting van de glorieuze maan.

— Zoo heb ik hem nooit gezien, zei Mia, zoo rustig

en zwijgend Ja, ééns, toen Ruut er was, maar toen

vloog hij weer weg. Zou hij dan eindelijk een beetje tevreden over me zijn?

— Het kan me niets schelen, wat zoo'n leelijke, oude uil van je denkt.

— O, stil toch, fluisterde ze verschrikt, ik geef om zijn oordeel meer dan om dat van iemand anders in de wereld. Hij ging zoo critisch te keer tegenover alles wat ik deed en naliet, hier in 't Huuske.

— Dan mijn meisje, zullen we samen heel dankbaar zijn, dat hij ons zoo welwillend zit te beschouwen. En we zullen zijn zwijgende houding aanvaarden als het eerste gelukkige voorteeken op dezen gezegenden avond .... Bewóóg hij? ... .

— Ik geloof, zei Mia, dat hij alleen maar vriendelijk knipoogde, omdat hij 't allemaal goed vindt.

Sluiten