Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het ijs hield die middag niet! Dooien deed het niet, ook de volgende dag niet, maar ijs, stérk ijs kwam er niet,

'n Enkele durfal had het gewaagd z'n schaatsen onder te binden, maar na 'n paar baantjes waren er veel scheuren in 't ijs gekomen en kwamen er overal plassen te staan, zodat de schaatsen met 'n zucht weer naar de zolder moesten worden gebracht.

Toen begon de lucht te betrekken! Donkere wolkengevaarten kwamen uit het westen opzetten en sloten zich aan, tot ze één grauw gordijn getrokken hadden langs de hemel, die dagen lang strak blauw geweest was.

't Duurde niet lang, of de eerste sneeuwvlokken daalden neer. Eerst 'n enkele, toen al meer. De vlokken werden groter en ze dwarrelden neer, die honderden, duizenden, millioenen donzige vlokken. Op de weg bleven ze eerst niet liggen, maar op het land en op de grasbermen hoopten ze zich al op. Ze daalden zachtjes, o zo zachtjes op de bomen en struiken en bleven liggen, vooral, als hier en daar nog dorre bladeren waren blijven zitten. Ze daalden ook op de dennen en sparren en toverden die bomen om tot grillige figuren als uit de sprookjeswereld. Dat was mooi! De mensen stonden even bewonderend stil en verheugden zich al op 'n witte Kerst.

Maar het kwam anders uit. De wind stak op, 'n holle wind, die hoog door de takken der bomen waaide; die je meer hoorde dan je hem voelde — nee, dat voorspelde niet veel goeds!

Maar dat het nu vlak voor Kerstmis zó erg moest worden, dat was jammer!

't Was letterlijk geen weer, om je neus buiten de deur te steken.

Brr, 't was zo koud! Je wist soms niet, of het regende of sneeuwde. De wegen waren onbegaanbaar door de dikke laag sneeuw, die aan 't smelten was gegaan.

o

Sluiten