Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, we hadden het over de radio!" zegt mevrouw.

„Zo; nu ik ben nieuwsgierig, hoe het weerbericht vanavond is/' zegt mijnheer.

„Wat een weertje, hè! Ben je niet nat?"

„Ja, 'k wou, dat ze maar weer aan 't aardappelen poten waren. Toch geloof ik, dat we spoedig ander weer krijgen, 't Regent nu lekker en met zo'n wind zal de sneeuw morgen 'n heel eind weg zijn en dan krijgen we vorst! 'k Zou de schaatsen maar opzoeken, meiskes!"

„Och, er komt toch geen ijs!" meent Lucie spijtig.

Geen ijs? Luister vanavond maar naar 't weerbericht: krachtige wind uit noordelijke, noord-oostelijke richting; opklarend; kouder .... Je zult het horen en dat betekent.... ijs .... schaatsenrijden!"

„Als dat eens waar was! Ijs in de kerstvacantie! Heerlijk!" juicht Rietie.

„Juich maar niet te vroeg. Ik moet het eerst nog zien!" Zegt Lucie.

„Vader zegt het toch! En vader weet het altijd. Ook 's zomers met het onweer. Als vader zegt, dat we de bui niet krijgen, durf ik altijd best te gaan slapen Hoe weet u dat toch altijd, vader?" vraagt Rietie.

„Ja, hoe weet ik dat? Dat zie je dan eens hiér aan en dan eens daar aan en de barometer en de weerberichten helpen een handje."

„Hoe weten ze het in de Bilt ?" vraagt Lucie.

„In de Bilt? Daar vragen ze het aan den melkboer!"

„Hè, wat flauw! Hè nee, vader, hoe weten ze het daar nu?"

„Kindje, dat is 'n heel verhaal, 'k Wil het je wel eens uitleggen, maar nu niet, want ik heb honger als 'n paard!"

,,'t Eten is klaar!" zegt mevrouw. „Lucie en Rietie kunnen dekken, dan ga ik Anna helpen."

't Werd 'n gezellige maaltijd.

De sneeuw en de gladde wegen gaven stof tot praten

2 Twee meisjes, even oud, maar ....

Sluiten