Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waerden klapt, tot z'n handen er rood van worden.

„Nou, Lucie?" vraagt hij nogmaals.

„Als het moet, win ik het best van haar. Straks reed ik niet eens op z'n hardst," zegt Lucie hooghartig.

„Kom, nog 'n baantje gereden en dan naar huis!" stelt mevrouw voor. „Anna zal de thee wel warm gehouden hebben en ik heb trek in 'n kopje!"

Even later binden allen bij de controle af, alleen mijnheer Van Waerden is er nog niet. Lang behoeven ze niet te wachten, want daar ziet Rietie al, hoe hij zich uit het mensenkluwen tracht los te maken. Niemand van de familie heeft gezien, dat hij al vóór hen aan de controle geweest is en niemand weet ook, dat hij Vodden-Bet stilletjes heeft laten inschrijven voor de wedstrijd en dat hij haar duidelijk gemaakt heeft, dat ze morgen moet meedoen, iets wat ze heel wat spoediger begreep dan de boodschap, die ze voor enige dagen aan haar vader moest overbrengen.

't Was zeldzaam weer voor de wedstrijd. Vrolijk scheen de zon aan de helder-blauwe hemel. De wind betekende niet veel en 't was dus geen wonder, dat ieder, die vrij had kunnen krijgen, op de ijsbaan was. Die zag er feestelijk uit met z'n vlaggen en vlaggetjes. Luidsprekers waren overal opgesteld, om berichten en oproepen te kunnen rondzenden. Een muziekcorps zorgde voor pittige muziek, zodat het voor ieder 'n prettig middagje beloofde te worden.

Om twee uur zouden de eerste ploegen kampen, 't Begon met de kleintjes. Jongens en meisjes onder de twaalf jaar, dan volgden, afzonderlijk, jongens en meisjes van 12 tot 16 jaar en ten slotte twee groepen ouderen; één voor schoonrijden en één voor hardrijden. Lucie en haar vriendinnen zouden in de tweede groep meisjes mee rijden. Van haar vader had Lucie de raad meegekregen, zich niet te veel te vermoeien vóór ze

Sluiten