Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeft zich helemaal niet in te spannen, om bij te blijven en ze neemt zich voor op de terugweg er plotseling gang in te zetten. Liefst zo kort mogelijk voor de eindstreep, zodat de Vodden-prinses er in 't geheel geen erg in heeft. Beide zwieren gelijktijdig om de eindpaal en rijden terug. Langs de lijn klinken aanmoedigingen. Bet je lacht terug en maakt af en toe kunstjes om het publiek te laten lachen, wat haar maar al te wel gelukt en daar opeens buigt Lucie haar lichaam voorover, kruist de armen over de borst en schiet als de wind vooruit, maar Betje is op haar hoede, ook zij Zet aan en merkwaardig gelijk glijden beiden over de eindstreep. Enkele minuten later volgen de afvallers pas. Bij de volgende groep blijven Lies en Loes over. Van de derde groep zijn het twee vreemde meisjes en bij de vierde Jo en een vreemd meisje.

In de tweede kamp heeft Lucie het gemakkelijk. Ze moet tegen 'n onbekend meisje rijden. Met het grootste gemak blijft ze voor. Ook Betje Brands is nummer één en behoort tot de vier, die voor 'n prijs in aanmerking komen. Voor de laatste strijd krijgen ze even rust en wordt hun 'n kop chocolade aangeboden.

Lucie ziet Lies naar de Vodden-prinses gaan. Ze ziet, hoe Lies druk gesticuleert en ze ziet ook dat Lies geld laat zien maar Betje trekt zich nergens iets van aan. Of Ze 't niet begrijpt? Ze lacht haar onnozele lach en zegt steeds maar: „Ja, mevrouw, ja mevrouw." Lucie ziet wel aan de wanhopige gebaren, die Lies maakt, dat ze niets opschiet! Daar komt ze aan.

„Absoluut niets mee te beginnen; ze staat al maar idioot te lachen en zegt niets anders dan ,Ja, mevrouw!' Er zit dus niets anders op, dan tegen haar te kampen, of je terug te trekken!" zegt ze.

„Dan trek ik me terug!" beslist Lucie en ze wil haar schaatsen al afbinden, als mijnheer Van Waerden er aan komt.

Sluiten