Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'n glimp ziet ze haar mededingster, die de draai al even kort neemt en voort suizelen ze weer over het spiegelgladde vlak.

Dan hoort Lucie dat tergende gekras niet meer naast zich. Zou de Vodden-prinses achter geraakt zijn? Ze waagt het, even op te kijken en ze ziet in het lachende gezicht van het onnozele meisje, dat haar nog geen streep gewonnen heeft gegeven.

Hoe meer ze de eindstreep naderen, hoe meer de spanning toeneemt. Het roepen heeft al weer opgehouden en 't wordt stil, ademloos stil! 't Krassen van die twee paar schaatsen is alles, wat gehoord wordt en als 't kon, zou men het kloppen van Lucie's hart hebben kunnen horen. Lucie zelf denkt, dat iedereen dat wel moet horen. Maar ze zal volhouden. Nooit, nooit zal dat kind van haar winnen en met al de krachten waarover ze beschikt, zet ze 'n laatste spurt in. Ze ziet geen mensen meer. Ze hoort het tartende gekras naast zich niet meer.

Winnen zal ze! Winnen moet ze!

Daar is de eindstreep. Met 'n ontzettende vaart vliegt Ze er overheen en op 't zelfde moment passeert op de andere baan de Vodden-prinses.

„Geliek!" schatert ze, als ze met 'n behendige draai stil staat. Lucie is in de armen van een paar vriendinnen gereden en staat half versuft naar haar mededingster te kijken.

Gelijk! Dus nog eens!

Haar vader komt aanlopen met een vouwstoeltje. Hij laat haar zitten en slaat haar 'n plaid om.

„Kranig, meid! Prachtig! Dat was rijden! Nee, maar wie had dat kunnen denken! Ben je erg moe? Hier, drink eens!"

Hij geeft haar iets te drinken uit z'n veldfles. Lucie trekt een lelijk gezicht, maar voelt er zich door opopgefrist.

Sluiten