Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere baan. Ja, Vodden-Bet is voor. Kijk, dat onnozele wurm ziet lachend achterom. Houdt ze d'r vaart in? Nee, dat niet! Dat niet! Geen medelijden van die meid ....

Voort!.... Voort! En ja, ze haalt in. Vaag dringen de toejuichingen van 't publiek tot haar door. Ze hoort haar naam roepen. Daar is ze weer opzij. Ze kan dus winnen.

't Geeft nieuwe kracht en ze komt voor. Nu kan zij achterom kijken, 'n Wilde vreugde komt over haar, als ze ziet, hoe de Vodden-prinses alle krachten inspant en hoe toch de afstand groter wordt.

Daar staan Lies en Annie en Jo en Tonie. Ze hoort ze juichen.

„Lucie, je wint! Volhouden!"

Ze knikt lachend en voort is ze al weer.

Dan weer plotseling die pijn. 't Gegons in haar hoofd, maar ze rijdt, rijdt als ze nog nooit gereden heeft. Daar is ze vlak bij de eindpaal en Vodden-Bet is achter, ver achter! 't Gegons in haar hoofd wordt erger! 't Is of Ze niet goed meer zien kan. 't Begint te dwarrelen voor haar ogen. 't Is net, of de baan voor haar golft. De paal, nu zo dichtbij, krijgt reusachtige afmetingen, 't Lijkt wel 'n schutting, waar ze tegen zal vliegen een ogenblik en ze bonst tegen de paal. Languit ploft ze neer op 't ijs. De mijnheer, die daar voor de Controle staat, komt toeschieten, maar ze is al weer opgekrabbeld; de pijn van de val doet haar weer geheel de oude zijn. Ze doet haar schaats goed en bedenkt met schrik, dat ze nu wel achtergekomen zal zijn. Waar is die meid? Angstig kijkt ze naar de andere baan en daar staat Vodden-Bet bij de paal en kijkt met d'r dwaze lach naar haar. Te stom om van de gelegenheid gebruik te maken, juicht het in Lucie; en voort snelt ze.

„Hèdde pien?" Za 'k langzaam riejen?" hoort ze naast zich. Minachtend wendt ze 't hoofd af en woedend

Sluiten