Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt ze: „Din mag d'n erste pries wol!" Dan schuift ze verlegen weer achteruit, omdat ze geen antwoord krijgt en lacht haar onnozele lach.

Rond Lucie is het 'n geweldig gedrang. Ook de wedstrijdcommissie staat druk te redeneren.

Weer gelijk, dus overrijden! Maar nijmheer Van Waerden wil niet hebben, dat Lucie nog eens rijdt. Ze heeft zich te veel opgewonden. Een der heren komt met het voorstel de beide meisjes te laten loten, maar nu veert Lucie ineens op.

„Dat is niet eerlijk!" zegt ze. „Betje Brands heeft het gewonnen, want ik geef het op!"

„Nee, zo is het ook niet," meent de voorzitter. „We kunnen de beslissing immers tot morgen uitstellen!"

„Dat is nergens voor nodig!" zegt Lucie beslist. „Ik zie van de eerste prijs af. Zij had het dubbel en dwars kunnen winnen, als ze aan het eind doorgereden was en niet kalm op mij had staan wachten."

„Nu ja, maar jij hebt ook op haar gewacht, toen haar band los ging; hierin staan jullie gelijk!" zegt haar vader.

„Dus wordt het loten!" beslist de voorzitter.

„En dan doe ik niet mee! Dat is geen wedstrijd winnen!" zegt Lucie. 't Komt er hooghartig, maar niet minder beslist uit.

De heren van de commissie staan voor 'n lastig geval, tot één de oplossing brengt, waarbij de partijen bevrediging vinden. De beide meisjes hebben een fout gemaakt en hadden allebei oponthoud; de eerste prijs wordt daarom niet uitgereikt en er zullen twee tweede-prijzen gegeven worden. De prijzen, die reeds aangekocht zijn, zullen voor twee van gelijke waarde worden geruild.

Lucie vindt het best. Op 't ogenblik vindt ze alles best. Ze wilde maar, dat ze thuis was, om eens echt uit te huilen op haar kamertje.

Sluiten