Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 3.

EEN ONGELUK MET EEN GELUKKIG GEVOLG

De slager belt en mevrouw Van Waerden doet zelf open.

,,'t Is al weer afgelopen met het ijs, mevrouw!"

„Voor 'n heleboel mensen maar gelukkig!" antwordt mevrouw, die wel weet, hoe graag deze slager 'n praatje maakt.

„Voor de kinderen anders niet. 't Kwam nu net zo goed uit met de vacantie. Uw dochtertje heeft ook nog 'n prijs gehaald. De mensen zeggen allemaal, dat zij de eerste prijs had verdiend."

„Nee, dat is niet waar. Als de eerste prijs uitgereikt was, had Betje Brands hem moeten hebben," zegt mevrouw. „Is het glad op de weg?" vraagt ze, om het gesprek 'n andere wending te geven.

„Glad? Ja, je kunt haast niet rijden!"

„Pas dan maar op, dat je geen ongeluk krijgt, want je leest met zo'n gladde weg zo dikwijls van ongelukken."

„Zegt u dat wel, mevrouw! Er is er hier net ook nog een gebeurd."

„Hier?"

„Ja, 't moet nogal aangekomen zijn ook. Die VoddenBet is onder 'n auto gekomen, 'k Zag ze net naar huis dragen. Die meid rijdt ook altijd zo wild. 't Moet helemaal d'r eigen schuld zijn."

„Ze is toch niet dood?" vraagt mevrouw ontsteld.

„Nee, dood niet! Ze was geloof ik, bewusteloos!"

„En hebben de mensen haar naar huis gebracht?"

„Ja, Toon Ebert en de knecht droegen haar in 'n deken."

Sluiten