Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, mevrouw, maar dit is wel een van de ergste. Zó heb ik het ook maar zelden gezien!"

„Ernstig ?"

,,'k Heb hoop, dat het nogal los zal lopen!"

„Maar ze kan zó toch niet blijven liggen, dokter?"

„Nee, mevrouw, ik zal maatregelen nemen!"

Dokter schrijft wat op 'n briefje.

„Heb je 'n kar, Barends?" zo wendt hij zich tot een der mannen. „Ja? Rijd dan zo vlug je kunt naar het ziekenhuis. Je geeft dit briefje af en je krijgt 'n ledikant en 'n bed mee."

„Zou ze het 'r deur haolen, dokter?" vraagt Barends.

„Nu, dat zal van jouw vlugheid afhangen!" antwoordt de dokter en Barends haast zich nu met den anderen buurman om te doen, wat de dokter gezegd heeft.

„Er komt ook 'n verpleegster mee!" zegt dokter tegen mevrouw Van Waerden, „want het kind moet een extra beurt hebben."

„Ik heb ondergoed bij me!" zegt mevrouw.

„Prachtig, dan zullen we maar niet veel omslag maken met de kleren, die ze aanheeft. Als u nog helpen wilt, dan bedient u zich maar van een scherpe schaar; hoe minder beweging, hoe beter, dus wat niet los wil, knipt u stuk!"

„Middag saóm!" klinkt het opeens en een man met een ongunstig uiterlijk stapt naar binnen.

„Betje het 'n ongeluk gehad, onder 'n auto!" stelt de buurvrouw hem op de hoogte.

,,'k Heurde het van Toon!" antwoordt de man.

,,'t Is de vaoder van Betje!" fluistert de buurvrouw mevrouw Van Waerden in.

„Hei je 't nummer van d'n wagen?" vraagt hij de buurvrouw.

,,'t Nummer?"

„Jao, want-ie zal motten betaolen! Da geet zo maor neet! Nee, die is neet van mien af!" vervolgt hij.

Sluiten