Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw Van Waerden bewondert de handigheid van den dokter en de zuster, die zonder dat de patiënt één kik geeft, haar overbrengen uit de donkere, vunzige bedstede naar het kraakheldere bed.

De dokter geeft nu aanwijzingen en mevrouw Van Waerden en de zuster vangen hun taak aan. De dokter heeft de mannen naar buiten gestuurd; hoe minder drukte, hoe beter. Buurvrouw heeft het druk met water aandragen. Al drie emmers warm water heeft ze gehaald en nog is het niet genoeg, en dat om één mens te wassen. Dit gaat boven het begrip van vrouw Barends. De vierde emmer al! Die stadsmensen kunnen toch vreemd doen ook!

Maar ze staat toch wel verwonderd, als ze na een half uurtje het resultaat ziet. Ze herkent haar buurmeisje niet meer. Is dat nou de Vodden-prinses? ,,'tLiekendzo wel 'n echte prinses/' vindt ze en mevrouw Van Waerden en de zuster staan zelf ook verwonderd. Vaak hebben ze haar zien fietsen als Vodden-Bet en nu ?

„Wat 'n aardig gezichtje!" fluistert mevrouw.

„En nu kan ze rusten!" zegt dokter. Hij schrijft 'n receptje en geeft dat aan de buurvrouw. Hij vertelt mevrouw Van Waerden wat er verder gedaan moet worden en met de zuster verlaat hij het vertrek. De vader is gelijk met de andere mannen vertrokken en zo blijft mevrouw Van Waerden met de buurvrouw alleen.

Mevrouw weet nu het vrouwtje aan het praten te krijgen en ze komt alles te weten wat ze weten wil over Vodden-Bet en ze neemt zich stellig voor dit kind niet aan haar lot over te laten, 't Schijnt een kind te zijn met 'n goed hart, maar o, zo verwaarloosd. Op school kon ze niet meekomen en thuis is ze helemaal in 't wilde opgegroeid. De vader trekt zich van de kinderen niets aan; dat had mevrouw zelf ook al gemerkt. Ze spreekt met de buurvrouw af, dat deze, tegen vergoeding,

Sluiten