Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plooi trekt, bedenkt hij, dat hij voor minder pret wel eens meer heeft uitgegeven, 't Valt hem nog mee, dat het hierbij blijft, want grapjes, als 2e maar even met de Bijbel in verband staan, duldt zijn vader niet, zelfs niet als het gaat over een dominee of een ouderling of zo l

Johan en Willy waren Zondag dan ook een en al verbazing geweest, dat Betje het er zo goedkoop afbracht, toen ze zo raar gedaan had. Ze zaten net als nu aan de tafel te lezen. Betje leest wel bijna nooit; die kijkt de plaatjes en daarmee is voor haar het boek uit, maar ze legt trouw haar boek open. Verleden Zondag nu zat ze te spelen met een leeg lucifersdoosje. Ze schoof het zachtjes heen en weer over haar boek en lachte telkens hardop, 't Was een leeg doosje, waar ze een propje papier in gelegd had. Mijnheer Bertels had al 'n paar maal naar haar gekeken, maar Betje bleef grinniken en schoof met het doosje opeens zó wild, dat het omviel. Ze schaterde het uit en riep: „noe verzuupt ie."

„Maar Betje toch, wat zit je nu te doen?" had mevrouw gevraagd en al schaterend was het er uitgekomen: „Dat was Mozes in het biezen kistje!" en dadelijk had ze er ernstig op laten volgen: „en hij liegt 't ook!"

Mijnheer was gaan vragen en toen bleek, dat op de Zondagsschool het verhaal van Mozes verteld was. Betje had het eerst erg mooi gevonden, dat kleine kind in een biezen kistje, maar toen was ze gaan denken: Mozes was die pottenkoopman, die iedere week bij haar vader kwam; dat was 'n lelijke man met een grote baard en die kon zo vreselijk vloeken; en vloeken, dat wist ze nu wel, dat mocht niet. Op de Zondagsschool had ze 't eens gedaan en toen had de meester dadelijk gezegd, dat dat daar niet te pas kwam. „Daarom", zei Betje heftig, „liegt-ie zelf, als ie zeit, dat Mo-

Sluiten