Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, de mevrouw vroeg of mien vaoder in de gevangenis zat/'

„O .... zo ... ♦ !" zegt mijnheer en hij werpt een verpletterende blik op z'n dochter.

„En wat heb je toen gezegd?" vraagt mijnheer.

„Dat ik ielke aovend veur 'm bid," antwoordt het meisje.

„Dat is mooi van je, lieve kind, wacht.... Lucie, kijk eens, of er nog wat lekkers is, en dan wil jij deze brief wel weer aan mijnheer Bertels geven, hè!" zegt mijnheer vriendelijk tegen Betje.

Lucie presenteert Droste-flikken en Betje neemt er voorzichtig een uit.

„Laat mij er eens een pakken!" zegt mijnheer en hij grijpt een hand flikken en geeft ze aan Betje. „Zo, dat is voor je boodschap en doe de groeten aan je mevrouw. Lucie, laat haar even uit!"

De beide meisjes verlaten de kamer, terwijl mijnheer driftig blijft heen en weer lopen. Hij hoort de buitendeur dicht slaan, maar Lucie komt niet opdagen.

„Lucie?" roept hij en z'n stem trilt van ingehouden toorn.

Schoorvoetend, schuldbewust komt Lucie binnen.

„Wat was dat voor een vraag aan dat arme kind? Schaam jij je niet?! Ik schaam me voor m'n dochter!"

„Och, ze voelt het immers toch niet!" wil Lucie zich verontschuldigen.

„Wat voelt ze niet? Heeft ze niet gevoeld, dat jij, harteloos kind, dat onschuldige meisje wou trappen? Heeft ze niet gevoeld jouw ontzettende wreedheid? Gelukkig, dat ze het niet gevoeld heeft, maar dat was jouw opzet niet. Jouw bedoeling was, om te kwetsen, een onschuldige te kwetsen en .... en wat mooi komt de houding van dat onnozele kind daar tegenover .... dat kind, dat voor dien vader bidt.... Ga naar je kamer

Sluiten