Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezicht loopt. Moe? Ze voelt geen moeheid! Ze is sterk! Sterk als een paard! En ze boent en lapt en zeemt en onderwijl galmt ze het hoogste lied uit. Opschieten, denkt ze. 't Moet klaar zijn als mevrouw thuiskomt!

En ze is klaar, bijna klaar, als ze de sleutel in 't slot van de voordeur hoort. Alleen moet ze de grond nog aandweilen.

„Zo, schiet je op?" wil mevrouw zeggen, maar de woorden besterven haar op de lippen.

„Maar meisje, wat heb je nu gedaan?" vraagt mevrouw ontzet.

Stralend van voldoening staat Betje midden in een plas. De haren verward om het hoofd, de natte dweil houdt ze tegen zich aan, zodat de straaltjes water bij haar goed neerdruipen.

„Alles geboend!" zegt ze vol trots.

„Maar kind, waar heb je het mee gedaan ?" vraagt mevrouw wanhopig. „Alle verf heb je er af geboend!

Maar het dringt niet tot Betje door.

„Za 'k eens zeggen!" komt ze vertrouwelijk, „ik heb eerst een sop gemaakt van zeep en dat andere gerei en toen hè 'k d'r een paar grote handen soda deur gedaan!" Dat laatste zegt ze op fluisterende toon, als wil ze mevrouw een groot geheim openbaren.

Mevrouw kan wel huilen en toch .... doet ze het niet.

Het in-gelukkige, stralende gezicht van het meisje

vertedert mevrouw.

„Je hebt je best gedaan, hoor!" prijst ze. „Maar kijk nu eens hier .... Zie je wel ? Alle verf is er af .... en daar ook. Weet je nu, hoe dat komt? Omdat je het tè goed hebt willen doen; alles wat geverfd is, moet je alleen maar met schoon water afnemen, met spons en zeem. Wel mag je er een scheutje ammonia in doen, maar alleen, als ik het zeg."

Sluiten