Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, nu ziet Betje het ook wel wat een verwoesting ze heeft aangericht. Alle verf is er af, de verf, waar mevrouw zo groots op was.

Haar gezicht betrekt en haar lip begint te trillen; er komen grote tranen in haar trouwe ogen ....

,/k Zal nooit 't meer doen!" zegt ze en ze ziet mevrouw zó smekend aan, dat het laatste restje boosheid door die blik versmelt als sneeuw voor de zon.

„Maak 't nu maar gauw af!" zegt mevrouw vriendelijk , „en denk er om, nooit soda in het water, als je verfwerk moet doen."

Ze is al weer aan 't dweilen, maar nu zingt ze niet.

Ze voelt zich zo verdrietig. Nou had ze de mensen nooit meer verdriet willen doen en nu is het weer helemaal verkeerd gelopen. Ze ziet het nu ook best van die verf. Wat is ze toch slecht! En dat komt, omdat ze zo dom is. Als ze maar zo geleerd was als die mevrouw Van Waerden, waar ze straks nog mee gepraat had, dan Zou ze zulke slechte dingen nooit doen.

't Schoot haar ineens weer te binnen, dat die dat rare woord gezegd had, wat ze niet begrepen had. Dat moest ze zeker worden. Hoe was het ook weer .... o ja, nu weet ze 't weer. „Ben je vroom geworden ?" had ze gevraagd. „Vroom" moest ze dus worden, maar, was ze daar niet te dom voor? Zó kon het toch niet

blijven, want dat was erg slecht Alle verf er af ...

en met de rug van haar hand veegt ze telkens de tranen weg.

Wat moet ze toch doen?

Daar hoort ze mevrouw. Gelukkig, 't is zo goed als klaar! Mevrouw kijkt het werk na en ziet ook het beschreide gezicht.

„Wat scheelt er aan, Betje?"

„De verf, mevrouw!" snikt ze.

„Nu, dat komt wel weer in orde ...."

En als Betje blijft doorsnikken, gaat mevrouw naar

Sluiten