Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is rumoerig, woelig, druk, maar strafwaardige feiten hebben niet plaats. Mijnheer Verschoor zet zijn stem uit, maakt de zonderlingste danspassen voor 't bord, zwaait met passer en lineaal, zodat de kinderen op de voorste rijen soms verschrikt opzij wijken en tegelijk kijkt hij met argusogen om te ontdekken, wie er piept met zijn bank, wie er trommelt met z'n vingers, wie er zachtjes 'n schlager zit te neuriën, zonder zijn lippen te bewegen.

Want hij voelt: de golven zijner welsprekendheid slaan over de klas heen. Ze laten hem praten over hoeken en zijden en congruentie, maar 't raakt hun koude kleren niet.

„Gegeven: een hoek en in die hoek een willekeurig punt," davert het door de klas en mijnheer tekent haastig een hoek en juist als hij zich schichtig omdraait, om het dreigende achter z'n rug, vliegt 't willekeurige punt in de vorm van 'n bekauwd propje papier precies midden in de hoek. 't Kon niet mooier!

Een schaterend gelach van hen, die 't gezien hebben, beloont den gooier voor zijn mooie worp en de anderen, die door 't gelach opschrikken, snappen onmiddellijk de situatie en vallen de eerste lachers bij; maar mijnheer heeft gezien, dat de prop van de achterste bank gekomen is en hij rent op den jongen toe, om een onderzoek in te stellen, of hij nog meer van dat moois in z'n kastje heeft. Hij doet het zo nauwkeurig, dat de anderen tijd in overvloed hebben, om eveneens willekeurige punten naar het bord te gooien.

Al dreigende met onnoemelijke hoeveelheden strafwerk, loopt de geplaagde achteruit de klas door en hij dreigt nog, als hij al weer op z'n plaats bij het bord staat.

't Is nu stil, buitengewoon stil, en keurig zitten allen te wachten op wat komen gaat.

Mijnheer Verschoor acht zich overwinnaar, nu ze daar als lammetjes zitten.

Sluiten