Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met een zegevierende blik ziet hij nog eens rond en pakt dan zijn lineaal en passer, om de les voort te Zetten.

„Gegeven: een hoek en in die hoek ...." Zijn stem is nu rustig .... hij draait zich om naar 't bord voor de willekeurige punt, maar de willekeurige punt besterft op zijn lippen. Met wijdgeopende ogen staart hij naar dat bord, bedekt met willekeurige punten.

Hij klemt passer en lineaal in zijn handen en onbeheerst, bijna gillend, klinkt zijn stem:

„Steek je vinger op, die dat gedaan heeft!"

Lucie van Waerden, die op de eerste bank zit en verveeld naar buiten heeft zitten kijken, waar alles lente is, draait zich om en steekt haar vinger op.

„Jij Lucie!" snauwt mijnheer haar toe.

Maar Lucie, die doet of ze helemaal niet beseft wat er aan de hand is, vraagt kalm: „Mijnheer, als die rode meidoorn bloeit, mag ik dan een boeket hier in school Zetten ?"

't Wordt doodstil in de klas! Angstig stil.

Dat is weer een streek van Lucie. Mijnheer ziet haar aan, passer en liniaal beven in z'n handen. Hij kan geen woorden vinden, tot hij eindelijk haar toesist: „Ezel, houd je mond!", waarop Lucie heel rustig opmerkt: „Ezels praten niet, mijnheer!"

Maar dan klinkt een stem achter uit de klas: „Wij wel! Wij zijn immers ezels van Bileam!"

Gelach en geroep van alle kanten.

Opeens gaat echter de deur open en het hoofd van de school verschijnt als de wrekende gerechtigheid in hun midden.

Het lawaai verstomt plotseling.

„Wie waren het?" klinkt de rustige stem van het schoolhoofd en mijnheer Verschoor noemt op: „Lucie van Waerden, Henk Smit en Piet Verkerk!"

„Naar mijn kamer!" gelast mijnheer Olen.

Sluiten