Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Olen, die ook al op hete kolen schijnt te staan en die zonder verder vragen even snel verdwijnt als hij gekomen is. „Wat zou er gebeurd zijn?" fluisteren de leerlingen onder elkaar.

Mijnheer Verschoor gebiedt stilte, maar z'n woorden maken niet de minste indruk. Er moet wat gebeurd zijn, dat staat vast. De klas lijkt wel 'n bijenkorf en de briefjes vliegen over en weer, tot weer de deur geopend wordt en mijnheer Olen nogmaals verschijnt.

„U permitteert even?" vraagt hij aan mijnheer Verschoor en tegelijk tikt hij reeds met z'n potlood op de lessenaar.

In een ondeelbaar ogenblik zitten allen in de houding.

De stilte hangt zwaar in de klas.

Tergend langzaam ziet mijnheer Olen de jongens en de meisjes één voor één aan. Op een enkele blijft zijn oog wat langer rusten en tot die enkelen behoort ook Lucie, die echter haar ogen niet neerslaat, maar hooghartig en brutaal terugblikt.

Er moet wat gebeurd zijn; iets ernstigs, dat staat bij allen vast; maar wat? In gedachten laten ze de gebeurtenissen van de laatste dagen de revue passeren. Maar nee, 't was juist zo goed geweest!.... Wat kan het toch zijn?

Gelukkig, daar verbreekt mijnheer Olen de stilte.

„Ik moet jullie wat vragen; iets zeer ernstigs en ik hoop, dat, mocht de schuldige in deze klas zitten — dat jullie even ridderlijk zult bekennen als deze week Piet Verkerk het deed. 't Kan ook nog zijn, dat van geen schuld sprake is, maar opgehelderd moét de Zaak worden ... "

Even wacht mijnheer en blijft de jongens en meisjes strak aanzien. Bij de meesten leest hij grote verbazing op de gezichten; anderen zitten met hoog-rode kleuren

Sluiten