Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af te wachten; weer anderen proberen onverschillig te doen. Ook zijn er, die hem brutaal aankijken en er niet aan dénken, hun ogen neer te slaan.

„De kwestie is/' gaat nu mijnheer verder, „dat het schrift met de aantekeningen weg is!"

Zo, dat is het dus! Bij velen een merkbare ontspanning. 't Aantekenschrift! Wat hebben ze daar mee te maken!

„Is er iemand, die het gezien heeft?"

'n Jongen steekt z'n vinger op.

„Ja, mijnheer, gisteren lag het hier op het tafeltje!"

„En was jij de enige, die het zag?"

„Nee, mijnheer, ik denk, dat ze het allemaal wel gezien hebben."

„Steek op je vinger, wie het ook gezien heeft!"

Meer dan twintig vingers gaan de hoogte in.

„Wanneer was dat, Henk?"

„Vlak voor het speelkwartier, mijnheer!"

„En beken nu eens eerlijk: heeft er ook iemand in gekeken? Zeg het maar, daar zul je geen straf voor krijgen; dat vind ik begrijpelijke nieuwsgierigheid!"

'n Paar vingers gaan de hoogte in. Ook die van Lucie.

„Was mijnheer Verschoor toen nog in de klas?"

Eén knikt van ja, een haalt de schouders op. Gerrit Spaan, Bertus Brouwer en Lucie knikken van nee.

„Zo, dus jullie waren met z'n drietjes overgebleven? Dan wil ik die drie eens vragen, of ze weten, waar het schrift is."

Gerrit en Bertus betuigen om strijd, dat ze het alleen maar ingekeken hebben en er verder niets van weten.

Lucie zwijgt in alle talen.

„En jij, Lucie ?" vraagt mijnheer.

,,'k Weet er niets van," antwoordt ze onverschillig.

„Heb je het laten liggen, waar 't lag?" vraagt mijn-

Sluiten